Pony’s
Elise Thijssens, groep 6B, april 2012
Inhoudsopgave
Voorwoord
Hoofdstukken:
1.
Hoe ziet de pony er uit.
2.
De verzorging.
3.
Een wedstrijd rijden.
4.
Waarom moet een pony naar de wei.
5.
Pony rassen en waar ze vandaan komen.
Literatuurlijst
Nawoord
Voorwoord
Ik heb dit
onderwerp gekozen. omdat de pony mijn lievelingsdier is. En ik zit zelf ook op paardrijden. Ik wil graag meer
weten over verschillenden pony’s. Papa heeft me geholpen en mama ook.
Hoofdstuk
1
Hoe ziet de
pony eruit.
De voorhand van
de pony noemen we een hoofd. De oren van een pony bewegen als de pony iets hoort, bijvoorbeeld dat hij moet
stappen. Hij heeft kiezen en scherpe snijtanden. Meestal heeft hij superlange manen soms korte. Sommige pony’
hebben soms een korte staart. Maar meestal een lange staart. Met zijn staart kan hij vliegen, muggen, bijen en
wespen wegslaan. Onder zijn buik zitten benen geen poten. Onderaan de benen zitten hoeven. De hoef is eigenlijk
een nagel. Onderaan die hoeven zitten hoefijzers.
De pony heeft een schofthoogte van
minder dan
1 meter 48. De pony kan veel verschillende kleuren hebben. Wit, grijs, bruin en zwart. Er zijn pony’s die hebben
spikkels bijvoorbeeld wit met grijze spikkels. Er zijn bruine pony’s met witte vlekken. Er zijn verschillende
soorten pony’s. Grote en kleine en een mannetjespony noemen we een hengst. Een vrouwtjespony noemen we een merrie.
En een jong noemen we een veulen. Een bruine pony heet een vos. Een witte pony noemen we een schimmel. Ik weet niet
hoe ze er allemaal uitzien maar wel hoe ze heten. Er zijn heel veel soorten kleuren zoals bont, tijgerbont,
schimmel, appelschimmel, roodschimmel, valk, zwart, vos en bruin.
Hoofdstuk2
De
verzorging.
De pony moet
goed verzorgd worden. Anders kan de pony ziek worden. Hij kan anders koliek krijgen. Ik zal vertellen wat koliek
is. Dan krijgt de pony heel erge buikpijn. Hij gaat dan heel erg zweten. En bijt naar zijn buik. En slaat met
zijn benen naar zijn buik.
Met een roskam
moet je de manen en de staart kammen. Daarna doe je de hoeven van de pony uitkrabben met een hoevekrabber.
Daarna doe je de pony borstelen. Dat doe je met een harde borstel daarna een met een zachte borstel. Met een
natte spons maak je de ogen en de neus schoon. De mest moet ook worden opgeruimd. Je moet de stal ook
schoonmaken. Je schept het met een soort hark eruit. Al het oude stro haal je eruit. En doet het er weer nieuw
in. De pony moet ook voer hebben. Zoals hooi geven. En je moet drie keer per dag brokjes geven. Ook moet de pony
schoon water hebben. Geen koud water want dat valt als een baksteen op de maag. Een pony moet ook gewassen
worden. Dat doe je met warm water. Koud water daar kan een pony ziek van worden. De pony doe je schoon maken.
Met een spons. Maar dat kan ook met borstels. De oudste pony ter wereld is zesenvijftig jaar oud geworden!!!!!
De oudste pony van Nederland is vierenveertig jaar oud geworden!!!!
Hoofdstuk 3
Een wedstrijd
rijden.
Als je een
wedstrijd gaat rijden. Moet je goed kunnen rijden. Je doet ook dressuur. Ik zal uitleggen wat dressuur is, dat
is eigenlijk gymles voor paarden. Je leert dan samen met het paard of pony om het goed naar je te laten
luisteren. Je moet ook goed weten wat volte en van hand veranderen is en de volte bij C en ook wat een gebroken
lijn is. Een gewone volte is e-b-e of b-e-b. Een volte bij een a is dat je een rondje rijdt en wat van hand
veranderen is dat zal ik vertellen. Het is eigenlijk m-x–k of k-x-m of h-x-f of f-x-h en wat een gebroken lijn
is bijvoorbeeld f-x-m ofm-x-f of k-x-h of h-x-k.
Bij een
wedstrijd moet je de jury begroeten. Als eerste doe je je rechter hand naar achteren en tegelijker tijd
glimlachen en buigen. Daar krijg je al punten voor. Je moet stappen draven en middendraf, maar galop dat hoeft
niet. Maar je moet de pony wel kennen. Je moet drie keer rijden na elkaar. Je moet wel alleen rijden. Dat is
soms best lastig. De eerste keer rijden is inrijden. De tweede keer is buiten. De eerste keer binnen. Je gaat
dan alleen nog maar oefeningen doen. De derde keer is ook buiten. Dan ga je pas springen over balkjes en
gekruiste balken en van hand veranderen en voltes en een gebroken lijn. Ook de kleding is erg belangrijk. Je
paardrijlaarzen moeten gepoetst zijn en je moet ook een witte blouse aan hebben en daaroverheen een zwart vestje
aanhebben.
Hoofdstuk
4
Waarom moet een
pony naar de wei.
De pony is een
kuddedier. Ze zijn ook vluchtdieren en hoefdieren. Zet hem of haar dus nooit alleen in de wei anders voelt hij
zich alleen. De pony moe in de wei veilig zijn. Doe dus nooit prikkeldraad om een wei. Hij of zij moet wel goed
tegen de kou kunnen en eten hebben. Een Shetland pony kan goed tegen de kou en tegen de warmte. Een gewone pony
kan niet goed tegen de kou maar wel tegen de warmte. Een pony moet wel voer hebben. Groenvoer heet dat ook wel.
Groenvoer is eventueel gewoon gras en planten maar sommige planten en bloemen zijn giftig. Bijvoorbeeld
boterbloemen, de varens en er zijn er nog veel meer maar ik ken ze niet allemaal. En soms hebben de pony’s niet
genoeg gras en planten en dan krijgen ze extra voer zoals brokken,
haver, biks,
gerst en muesli. Als je een appel of een wortel of een paardensnoepje wilt geven moet je dat eerst aan de
eigenaar vragen of dat mag en als dat mag. Als de eigenaar er bij wil zijn omdat de pony of het paard best wild
kan zijn dan moet hij dat ook doen.
Hoofdstuk
5
Pony rassen en
waar ze vandaan komen.
Er bestaan heel
veel pony rassen in de wereld, wel 312. Ik zal er een paar zeggen, bijvoorbeeld de Shetlandpony en de Halflinger
en de Dartsmoor pony en de Halflinger en de Dartsmoor pony en het Friese paard. Ik zal vertellen waar ze vandaan
komen. De Shetlandpony komt uit Schotland en de Halflinger komt uit Tirol en de Dartsmoor komt uit Engeland. Het
Fries paard komt uit Friesland.
1. De Shetland pony.
De Shetland pony is een kleine pony maar wel
heel erg sterk. Hij kan gewoon een kar trekken. De kleinste Shetland pony is 75 centimeter groot, de grootste
Shetland pony is 99 tot en met 109 cm groot. De Shetland pony is de sterkste pony van
Nederland.
2. De Halflinger.
De Halflinger wordt als trekdier en als
lastpaard in de bergen gebruikt. De kenmerken van een Halflinger. De Halflinger bestaat alleen in de voskleur
met lichte manen en staart. Het is een paard met veel kracht. De Halflinger is vaak koel in zijn hoofd. Dit
betekend dat hij niet snel schrikt. Hij heeft een stokmaat van 1.35 tot 1.55 centimeter.
3. De Dartsmoor pony.
De Dartsmoor pony is een kleine pony maar net
als de Shetland pony is hij een sterke pony. Hij woont in een wild gebied met veengronden en rotsachtige bergpieken. De
meeste Dartsmoor pony’s werden wild gehouden en ze zwierven dagelijks over de veengronden rond. De Dartsmoor
pony wordt al honderden jaren gefokt. De schofthoogte is 110 tot 125 centimeter.
4. Het Fries paard.
In
de jaren 60 werd het Fries paard met uitsterven bedreigd, Er waren slechts nog maar 1000 Friese paarden. Dankzij
enkele fokkers die het wilden behouden is het Fries paard niet uitgestorven. In 2003 zijn er al weer 40000
Friese paarden. De schofthoogte is tussen 155 to170 centimeter. De manen zijn lang en vol en golvend evenals de
staart, een hoge halsaanzet, de benen zijn kort, stevig, lang behaard en met een vetlok.
Literatuurlijst
- Mijn pony boek, door
Louise Pritchard
- Mijn paardrijboek, door Cornelia Panzacchi
- Paardrijden en paardenverzorging voor beginners, door Nicole
Smith
- Mini informatie “de pony”, door Ida Duran
- www.google.nl
- www.kinderpony.nl
- Wikipedia
Nawoord
Ik
heb ervan geleerd dat in de jaren 60 bijna alle Friese paarden zijn uitgestorven en dat de pony’s vlucht-, hoef-
en kuddedieren zijn en dat je ze goed moet verzorgen.
|